Gaasterlandse bossen:

Er zijn maar liefst 11 bossen in Gaasterland ! o.a. Coehoornbos bij Wyckel, het Lycklamabos, de Elfbergen, het Jolderenbosch, Rijsterbos, Balkster bos (zeer klein), Harichsterbos, Star Numanbos en de Bremer Wildernis.

 

 

http://www.fryskegea.nl/default.aspx?artID=93

Rysterbosk

 

 

 



Het Rysterbosk is een oud wandelbos op een golvende ondergrond. Het is een volgens een lanenstructuur aangelegd eikenbos. Van historisch belang zijn de steenkist, het veertiende-eeuwse grafveldje en het vredestempeltje. Het Murnzerklif, dat op het Rysterbosk aansluit, ligt landschappelijk bijzonder mooi aan de oever van het IJsselmeer. In totaal is dit natuurgebied 172 hectare groot.

 

Toegankelijkheid

Het Rysterbosk is vrij toegankelijk op wegen en paden. Er zijn gemarkeerde wandelroutes uitgezet. Ook is er gelegenheid om te fietsen en is er een ruiter- en menpad. Bij de ingang in Rijs, aan de Murnzerleane, en bij de ingang aan het Murnzerklif, aan de weg van Oudemirdum naar Rijs, staan informatiepanelen. In Oudemirdum is het informatiecentrum Mar en Klif. 

 
 


De recreatiehoofdweg van Fryslân
Zonder enige overdrijving mag de Murnzerleane in het Rysterbosk de ‘recreatiehoofdweg’ van Fryslân worden genoemd. Wat de Kalverstraat is voor Amsterdam, is het pad in dit bos in Gaasterland voor deze provincie. Het hele jaar door wemelt het er van de mensen. Het totale bezoekersaantal wordt geschat op 150.000 per jaar. Ze genieten er van het gevarieerde loofbos met vooral veel oude eiken. Als ze de route van Rijs naar het Klif volgen, kunnen ze halverwege bij het paviljoen even pauzeren. Komen ze van de andere kant, dan kunnen ze op het keerpunt in Rijs terecht voor een versnapering. Het kan niet mooier voor wie van vaste patronen houdt.
Het bos is van bijzondere historische betekenis. De vondst van een steenkist, in 1849, maakte duidelijk dat al heel lang geleden in Gaasterland mensen hebben gewoond. De steenkist zelf is verloren gegaan, maar de plaats van de vondst in het Rysterbosk is aangegeven met een steen met inscriptie en een aanduiding van de plattegrond van het monument. Er zijn nog meer oudheidkundige vondsten in het bos gedaan, waaronder een veertiende-eeuws grafveld. Een minder oud monument is het vredestempeltje, dat kort na de overheersing door Napoleon moet zijn opgericht. Het tempeltje staat aan de Murnzerleane vlakbij de hoofdingang in Rijs.
Het bos zelf is in de zeventiende eeuw aangelegd door de familie De Wildt, die later de naam De Ruyter De Wildt kreeg. De werkschuur van It Fryske Gea is er later naar genoemd. Het Rysterbosk werd rondom ‘huize Rijs’ aangelegd in barokstijl, met lange rechte lanen en dwarslanen waardoor vierkante vakken ontstonden. Delen van het terrein die later zijn aangelegd, hebben een meer landschappelijk aanzien.
 
Later, toen het huis en het bos in bezit kwamen van de familie Van Swinderen, kreeg het Rysterbosk betekenis in economische zin, door de exploitatie van eikenhakhout. In 1941 nam It Fryske Gea het bos over. Het werd ondergebracht in de Stichting Rijsterbos en kreeg toen al faam als wandelbos. Leden van It Fryske Gea kregen vrije toegang, niet-leden konden een dagkaart kopen voor 10 cent per persoon.
Het Rysterbosk van tegenwoordig bestaat voor het grootste deel uit loofbos. Eiken overheersen, maar er zijn ook heel mooie beuken. Lariks, douglasspar en grove den komen ook nog voor, maar deze naaldbomen worden geleidelijk vervangen door loofbomen. Zo moet het bos een natuurlijker aanzien krijgen. Van het oorspronkelijke eikenhakhout is nog ongeveer 5 hectare over. Bijzonder is het voorkomen van de wintereik, een in Nederland niet veel voorkomende boomsoort. De winter- eik zou in het Rysterbosk een overblijfsel kunnen zijn van de oorspronkelijke vegetatie op de Gaasterlandse zandgronden. Hier en daar zijn in het bos nog sporen van vroegere heidevelden te vinden.
 
Heel Gaasterland is bijzonder rijk aan varensoorten. Het Rysterbosk is er geen uitzondering op. De brede stekelvaren komt algemeen voor. Bijzonder mooi zijn het sierlijke dubbelloof en de gewone eikvaren. Bosplanten als bosanemoon, dalkruid en rode bosbes zijn hier en daar in het Rysterbosk te vinden. Het aantal paddestoelen in het bos is aanzienlijk: er zijn meer dan 120 soorten gevonden.
De zoogdieren in het bos houden niet van drukte, maar als het eens wat rustiger is, laten reeën en eekhoorns zich wel eens zien. De das is heel wat terughoudender. Hij komt alleen
’s nachts zijn burcht uit. Van oorsprong kwam deze grote marter-achtige al in het Rysterbosk voor, tot in 1922 het laatste exemplaar werd afgeschoten. De huidige populatie stamt af van de dassen die zo’n veertig jaar geleden in Gaasterland zijn uitgezet. Ze vinden hier een geschikt leefgebied, met een heuvelachtige bodem en naastliggende voedselrijke graslanden.
Nu holle bomen niet meer worden opgeruimd, krijgen vleermuizen weer kansen. In het bos komen verschillende soorten voor, waaronder de rosse vleermuis, de ruige dwergvleermuis en de gewone grootoorvleermuis.
 
Het Rysterbosk is rijk aan broedvogels. Er zit een kolonie blauwe reigers. Bosuil en ransuil nestelen er, net als de boomvalk, de buizerd en de havik. Van de spechten wordt vooral de grote bonte specht veel gezien. In totaal zijn hier meer dan vijftig soorten broedvogels geteld, waaronder ook bosvogels als wielewaal en nachtegaal.
Het is opvallend hoeveel vogels tijdens de trek Gaasterland aandoen. In het Rysterbosk strijken soms duizenden lijsterachtigen neer. In het verleden zijn hier veel houtsnippen gevangen, voor consumptie. In de herfst werden met grote valnetten of ‘flouwen’ de laag over de grond vliegende houtsnippen onderschept. Ooit stonden in het Rysterbosk meer dan twintig flouwen. Deze wijze van vogelvangen voor consumptie is al lang verboden, maar voor wetenschappelijk trekvogelonderzoek is toch nog een flouw bewaard gebleven.
Het Rysterbosk heeft net als veel andere bossen te kampen met verdroging. Het is een uitzijgingsgebied, dat zijn water kwijtraakt aan de laag bemalen gronden in de omgeving. Door een systeem van stuwen wordt geprobeerd het probleem op te lossen. Aan de zuidkant van het bos is grond aangekocht om een natuurlijker overgang tussen de hoge bomen van het bos en de naastgelegen lage polder te bewerkstelligen.
Het Murnzerklif ligt vlak achter het Rysterbosk, gescheiden door de weg van Oudemirdum naar Mirns. De hoge klifrand, die in de tijden van de Zuiderzee ontstond door afslag, is nog redelijk intact. Er komt op het gebied van de flora nog een aantal typerende klifsoorten voor, zoals grasklokje, zandblauwtje, geel walstro, gewone rolklaver, Engels gras en zandpaardebloem. Langs de klifrand bloeien in het voorjaar brem, sleedoorn en eenstijlige meidoorn.

 

Top

't XXXL Winkeltje  | Juist sterk in grote maten