http://www.oudemirdum.nl/index.php?page=1767642986&f=1&i=1767642986
IJSTIJDEN EN ZWERFSTENEN
De geschiedenis van Gaasterland begon ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden. Waar Gaasterland nu ligt klotste de zee. De kustlijn lag 100 kilometer naar het Oosten. En het was warm, net zo warm als nu in Spanje bijvoorbeeld. Er mondden grote rivieren uit in de zee. De Maas, de Rijn én een oude rivier die nu niet meer bestaat: de Baltische Oer- stroom of Eridanos. De Eridanos voerde erg veel puin,
zand en stenen uit de bergen aan. Hiermee werd Nederland in 800.000 jaar tijd langzaam opgehoogd. Het land werd zelfs groter dan het Nederland dat we nu kennen.
Inmiddels was het hier koud geworden. De ijstijden waren begonnen. Duizenden jaren lange warme en koude perioden wisselden elkaar af.
Ongeveer 450.000 jaar geleden heerste hier een zware ijstijd. Van Ierland tot Siberië was alles met een dikke laag ijs bedekt. Ook Friesland werd met landijs bedekt.
Na een aantal koude en warmere tijden was bet 370.000 jaar geleden opnieuw raak. De voorlaatste ijstijd brak aan. Ongeveer 140.000 aar geleden bereikte het landijs Nederland. De noordelijke helft van ons land werd door gletsjers van wel 300 meter dik bedekt.
Aan de voorkant van de gletsjers drukte het landijs de bodem omhoog. Er ontstonden hoge stuwwallen. Zo zijn de heuvels van Gaasterland ontstaan. Ook namen de gletsjers op hun reis uit Scandinavië veel grote zwerfstenen mee.
Toen het klimaat weer warmer werd smolt het landijs en steeg de zeespiegel. Grote delen van Nederland kwamen onder water te staan. Gaasterland lag aan zee, aan de monding van de Rijn. Daarna werd het langzaam aan opnieuw kouder en kouder tot het hier 20.000 jaar geleden tijdens de laatste ijstijd op z’n koudst was. Het was niet alleen ijskoud maar ook kurkdroog en er heersen enorme zandstormen. Het land werd kwam onder een dikke laag dekzand te liggen afkomstig uit de drooggevallen Noordzee.
Na de laatste ijstijd werd het klimaat weer warmer. De zeespiegel steeg en de Noordzee liep weer vol met zeewater. Zo’n 10.000 jaar geleden kwamen er mensen naar onze streek. Het waren rendierjagers.
Aan de kust bij de monding van de oude rivieren had de zee vrij spel. Deze gebieden stonden bij vloed onder water. Door de eb en vloedbeweging van het water ontstonden langzaam maar zeker strandwallen en duinen. Daarachter kwamen kustmeren of lagunes. Het water in de kustmeren werd zoet en er ging veen groeien. Vierduizend jaar geleden was Gaasterland een eiland geworden in het uitgestrekte veenmoeras dat half Nederland bedekte.
Op de plek van de Zuiderzee, de oude riviermond van de Rijn, was het zo diep dat daar geen veen kon groeien. Het bleef open water. Rum 2000 jaar geleden brak de waddenzee door naar dit Flevomeer en zo ontstond de Zuiderzee. Door golfslag en getijdenwerking werd de Zuiderzee steeds groter. Gaasterland kwam weer aan zee te liggen. De stuwwallen langs de kust van Gaasterland werden door de branding afgekalfd. Zo zijn hier de kliffen ontstaan. In 1932 werd de Zuiderzee afgesloten door de afsluitdijk en ontstond het IJsselmeer Op de stranden rond het IJsselmeer z’n nog steeds zeeschelpen vinden.
Gidsgesteente
De dikke zwerfkeien van deze route zijn om meerdere redenen stuk voor stuk bijzonder. Het zijn de enige (natuurlijke) rotsen die we in Nederland hebben. Verder bestaat ons land uit zand, grind, klei en veen. In een klein gebied als Gaasterland kunnen we stenen vinden die afkomstig zijn uit een enorm gebied van Oslo tot Rusland en van Denemarken tot Midden-Zweden. Het zijn zulke grote stenen dat ze alleen met gletsjers hier heen gekomen kunnen zijn. Die reis heeft minstens duizend jaar geduurd en de stenen dragen er soms nog de sporen van, zoals gletsjerkrassen als ze onderin het ijs zaten en over de rotsige bodem geschuurd zijn. De stenen zijn heel oud. Het zijn brokstukken van het oeroude Scandinavische gebergtegebied, dat al meer dan een miljard jaar geleden ontstaan is door stolling van magma tot graniet. Veel van de keien bestaan dan ook uit graniet.
In de lange, lange tijd van hun bestaan is er veel gebeurd. Gebergten zijn gevormd en weer afgebroken. Dit ging gepaard met gigantische krachten, grote druk en hoge temperaturen, waardoor ook de hardste gesteenten vervormd en gekneed zijn. Granieten werden omgezet tot gneizen. Verschillende voorbeelden zijn daarvan in deze route te zien. Er komen in Scandinavië allerlei soorten gesteenten voor.
Een gesteente dat goed herkenbaar is en maar in een klein gebied voorkomt noemen we een gidsgesteente. Als we zo’n gesteente als zwerfsteen hier vinden dan weten we dus waar het vandaan komt. Hooguit 10% van de zwerfstenen zijn gidsgesteenten.
Korstmossen/begroeide stenen
Ook op stenige grond kunnen de mooiste planten groeien. Als u goed kijkt ziet u op alle zwerfkeien fluwelige korstjes van hooguit een millimeter dik, met allerlei
kleuren: grijs, geel. bruin, zwart, rood of groen. Dit zijn korstmossen. Een korstmos is heel bijzonder, het is geen mos, maar een samenleving (symbiose) van een alg (een eencellig groen plantje) en een schimmel. Korstmossen hebben erg weinig voedsel nodig, ze kunnen leven van regenwater en zwevend stof en ze kunnen goed tegen droogte en koude.
Zo kunnen ze zelfs op het onherbergzame oppervlak van zwerfkeien leven. Korstmossen zijn gewoonlijk niet schadelijk maar beschermen juist de steen waar ze op groeien tegen weer en wind.
De ondergrond bepaalt welke korstmossen voorkomen. Op kalkhoudende steen (stoeptegels, beton, dakpannen) groeien totaal andere soorten dan op zure gesteenten als graniet. Op de noordelijke granieten zwerfstenen in ons land komen veel zeldzame soorten voor. Door de luchtvervuiling is het aantal soorten helaas sterk achteruit gegaan. De soortensamenstelling van korstmossen wordt daarom gebruikt als indicator voor de luchtkwaliteit. De helft van de zevenhonderd in Nederland voorkomende korstmossen staat op de rode lijst van bedreigde soorten. Korstmossen maken deel uit van de biodiversiteit en dienen beschermd te worden, Ze zijn bij deze stenenroute daarom zoveel mogelijk gespaard. Alleen interessante stenen zijn gedeeltelijk kaal gemaakt om de structuur en kleur van de steen goed te laten zien.
Molukken
Het ‘Ambonezenkamp” op de Wyldernerk. huisvestte vanaf 1954 Islamitische Molukkers. In tien barakken werden in -. december van dat jaar drieëntwintig
gezinnen en een paar
vrijgezellen ondergebracht. In 1957 woonden er al vijfenvijftig gezinnen met in totaal driehonderdenvijftien personen. Later zou er ook nog een moskee - de tweede in Nederland - bij het kamp verrijzen.
De laatste Molukkers verlieten de barakken in 1969. De onderkomens zijn nadien verkocht en gesloopt. Nu rest nog een wandelpad en een herinneringssteen. Op de steen ziet u een aantal symbolen: de al als teken van de islam (de minaret) en kruidnagelen als teken van “Indië”. De zwerfkei zelf is natuurlijk symbool voor het volk in ballingschap.
Het Hunebed van Gaasterland
Een mooi voorbeeld van het gebruik van zwerfstenen zijn Hunebedden. Ook Gaasterland kent een Hunebed. Begin maart 1849 kwamen hij het graven van ontwateringgreppels in het Rijsterbos grote zwerfkeien te voorschijn. Het enige in Friesland ooit gevonden hunebed was opgegraven! 
De mensen die de Hunebedden bouwden behoorden tot de Trechterbekercultuur. Ze kwamen rond 3400 voor Christus naar onze streken. De cultuur ontleent haar naam aan een voor hen kenmerkende aardewerkvorm: de Trechterbeker. Na de vondst werden de keien afgevoerd en verkocht. Ze werden zoals toen gebruikelijk was “geklopt”, (kapot gemaakt) om dienst te doen als wegverharding .
Pas later kwam men er achter dat het om een ‘Hunebed’ ging. In 1996 bleek uit onderzoek dat het eigenlijk een “Steenkist” was.
Deze werden door dezelfde mensen gebouwd die ook de hunebedden maakten. Constructief hebben beide graftypen veel gemeen. Bij een steenkist zit het verschil in het formaat van de stenen, de grotendeels ondergrondse aanleg, het ontbreken van een ingang en het ontbreken van deksteen. Tot 1958 was er in het bos geen enkel spoor meer te vinden van het graf.
In dat jaar werden op de plaats waar de stenen moeten hebben gestaan, platte stenen gelegd om de plaats aan te duiden. Ook kwam er een gedenksteen. Sinds het voorjaar van 1997 staat op borden correct aangegeven dat het hier om een steenkist gaat. Het verhaal wil dat op de driesprong van Rijs nog drie oude stenen van het Hunebed liggen.
Warns/Rode Kijf
Het monument, een grote zwerfsteen, op het Rode klif herinnert aan de Slag bij Wams. Dit was een veldslag tussen graaf Willem IV van Holland en de Friezen, op
26 september 1345. De Hollanders wilden Friesland veroveren. Onder hen was ook Willems oom, hertog Jan van Beaumont. Ze voeren vanuit Enkhuizen met een vloot de Zuiderzee over en landden bij Stavoren en Laaxum.
De troepen van graaf Willem staken het verlaten Laaxum en Warns in brand en trokken op naar Stavoren. Bij Warns werden ze aangevallen door de plaatselijke bevolking. Door hun zware harnassen waren ze geen partij voor de woedende boeren en vissers. De vluchtweg die de ridders kozen leidde naar het Rode Klif. In het moerassige landschap bij het klif werden de Hollanders verpletterend verslagen.
Graaf Willem kwam tijdens de slag om het leven. Toen de troepen van de hertog van Beaumont in Stavoren hoorden wat er was gebeurd, vluchtten ze naar de schepen, achtervolgd door de Friezen. Slechts een kleine groep overlevenden kwam in Amsterdam aan.
De Slag bij Warns werd tot 1500 jaarlijks op 26 september herdacht. Daarna raakte dit ritueel in onbruik, maar de slag wordt tegenwoordig elk jaar herdacht op de laatste zaterdag van september.
Op het Rode Klif bij Warns bevindt zich sinds 1951 een monument, een grote zwerfkei met de tekst “leaver dea as slaef” (liever dood dan slaaf).
De grote zwerfkei komt overigens niet uit deze streek, maar uit Tijnje. De kleine keien van de sokkel wel, die komen uit de oude zeewering van het klif.

http://www.gaasterlandpromotion.nl/index.php?id=9
Algemene informatie
De gemeente Gaasterlân-Sleat telt ruim 10.300 inwoners per 1 januari 2010 en is ruim 21.000 ha groot. De gemeente is 1 stad en 13 dorpen rijk, te weten: Sloten met 765 inwoners (de kleinste stad van Fryslân), Balk met 3777 inwoners (het bestuurlijk centrum), Bakhuizen met 1013 inwoners, Elahuizen met 350 inwoners, Harich met 599 inwoners, Kolderwolde met 68 inwoners, Mirns met 113 inwoners, Nijemirdum met 590 inwoners, Oudega met 283 inwoners, Oudemirdum met 1359 inwoners, Rijs met 175 inwoners, Ruigahuizen met 126 inwoners, Sondel met 442 inwoners en Wijckel met 690 inwoners. De streek Gaasterland heeft een bekende klank in ons land. De naam Gaasterland is ontleend aan de gaasten, dit zijn hoge keileem- en zandgronden, opgestuwd door Skandinavisch landijs zo'n 135.000 jaar geleden.
Deze gaasten liggen tussen het open polderlandschap van de Friese meren en de grote watervlakte van het IJsselmeer en zorgen voor een sterk golvend landschap. Staande op de hooggelegen punten heeft u schitterend uitzicht over land en water. Kenmerkend voor onze gemeente is voorts de veelheid van bos en water. Dit maakt de gemeente uitstekend geschikt voor de recreatie. Te meer omdat deze combinatie van bos en water aan ons gebied een aantrekkelijk en van de rest van Fryslân afwijkend karakter geeft.
De rijke historie van de gemeente laat zich als het ware aflezen van de vele
monumentale panden die u er kunt aantreffen. Vooral in Balk en Sloten vindt u vele prachtige trap- en halsgevels. Het is daarom ook terecht dat de oude kern van Balk is aangewezen als beschermd dorpsgezicht en de gehele oude stadskern van Sloten als beschermd stadsgezicht.
De vestingswallen en bolwerken herinneren nog aan een tijd dat Sloten een bijna onneembare vesting was. De stad ademt nog steeds een rustieke sfeer uit.
Het IJsselmeer, Slotermeer en Fluessen brengen op het gebied van de watersport alles wat in dit opzicht nodig is. Accommodatie in de vorm van campings en jachthavens is volop aanwezig. Voor meer informatie over de regio Zuidwest Fryslân kunt u terecht op de website van het bezoekerscentrum Mar en Klif te Oudemirdum www.marenklif.nl Zonder uitzondering zijn alle kernen in de gemeente uitstekend geschikt voor wonen, werken en recreëren.
Informatie over één stad en dertien dorpen in de gemeente Gaasterlân-Sleat
Bakhuzen/Bakhuizen 1013 inwoners
In het overwegend protestantse Fryslân valt Bakhuizen met voor het merendeel katholieke inwoners op. Het dorp is gelegen op één van de “gaasten” waar Gaasterland haar naam aan heeft ontleend. Het Bakhúster heech is bekend om het prachtige uitzicht over het groene weide landschap en de Sé (IJsselmeer). Voor de kust ligt het natuurgebied de Mokkebank.
(mok = meeuw)
In 1914 is er een nieuwe grotere Rooms Katholieke kerk gebouwd, gewijd aan St. Odulphus. Het is een sobere neogotische kerk. Opvallend mooi zijn de gebrandschilderde ramen en het fraaie hoogaltaar. In de koorruimte zijn fraaie muurschilderingen te vinden. Verder hangen er nog kruiswegstaties, die afkomstig zijn uit de oude kerk. Die verbeelden het verhaal van het lijden van Jezus.
Balk 3777 inwoners
Balk is de hoofdplaats van de gemeente Gaasterlân–Sleat. Veel winkels, uitgaansgelegenheden, dienstverlenende bedrijven, watersportbedrijven en natuurlijk het gemeentehuis tegenover het uit 1615 stammende raadhuis.
Balk dankt zijn naam aan een eenvoudig bruggetje over de Luts. Dank zij de ligging bij een kruising van land- en waterwegen ontwikkelde het dorp zich al in de 15de eeuw tot een belangrijke nederzetting voor de handel. Vooral in de 18de eeuw groeide het snel door de boterhandel. In Balk zijn een groot aantal monumenten te vinden. Met name langs de Luts staan veel monumentale gevels, zoals hals en trapgevels met bijzondere gevelstenen, sierankers, engelenkopjes en gesneden bovenlichten.
Ealahuzen/Elahuizen 350 inwoners
Elahuizen ligt aan de Fluessen en telt een groot aantal boerderijen, waaronder enkele stelpboerderijen. Bij dit type boerderijen bevinden het woonhuis en het bedrijfsgedeelte zich onder één groot dak. Tot rond 1900 maakten de boeren zelf nog boter en kaas in een melkkelder die zich onder de boerderij bevond. Om zo weinig mogelijk instraling van de zon te hebben, werden de woningen van de boerderijen op het noordwesten gericht. Veel boerderijen hadden voor de schaduwwerking ook wel leilinden voor de deur. Omstreeks 1910 toen de nieuwe coöperatieve zuivelfabriek in het dorp kwam, was dit het einde van de melkverwerking op de boerderij.
In 1961 is de zuivelfabriek weer gesloten. Deze is verbouwd tot zeilschool, groepsaccommodatie en restaurant.
Harich 499 inwoners
Harich is een langgerekt dorp met veel groen. Vroeger was het bestuurlijk centrum van Gaasterland. Midden in de dorpskom staat een kerk met een gemetselde toren uit de 12de eeuw. De kerk werd in 1663 gebouwd. Een steen boven de ingang van de kerk verwijst naar het instorten van de kerk door een storm in 1662. Aan beide zijden van de steen is een bizarre adelaar met eikentak in de bek afgebeeld en het grotendeels uitgebikte wapen van de Harichster Dr. Johannes Scheltinga. Hij zette Harich voor eeuwig op de kaart.
Kolderwâlde/Kolderwolde 68 inwoners.
Langs de oever van het meer De Fluessen liggen drie dorpen op een rij. Kolderwolde, Oudega en Elahuizen. Ooit een bosrijke streek (wolde= woud). De turfwinning, die voornamelijk tussen 1830 en 1860 plaatsvond, heeft duidelijk sporen in het landschap achtergelaten. Soms ligt de verveende grond wel een meter lager dan de rest van de omgeving. De bomenarme polders bieden een weids uitzicht.
Kolderwolde telt slechts een paar boerderijen en een al eeuwen bestaande dorpskroeg. Langs de Oordenwei door het dorp staan beelden van de plaatselijke kunstenaar Evert van Hemert. Het zijn de “Famkes fan Kolderwâlde”.
Aldegea/Oudega 283 inwoners
Oudega is een klein, maar actief dorp, wat o.a. blijkt uit het plaatselijke multifunctioneel centrum. Er staan enkele historische bouwwerken, zoals enkele stelpboerderijen en de Nederlands Hervormde Kerk uit 1850. Dit is een 3-zijdige gesloten zaalkerk voorzien van een houten geveltoren met ingesnoerde naaldspits.
Oudega was in de late Middeleeuwen de thuisbasis van roofridder Ige Galama. Geliefd was hij niet. Streekbewoners besloten hem, bijgenaamd het woudzwijn, een kopje kleiner te maken en bedachten dat een kanon hierbij goed van pas zou kunnen komen. Een regiment soldaten toog met een in Sloten geleend exemplaar richting Oudega. Het loodzware schiettuig zakte echter weg in de moerassige veengrond rondom Oudega, t.o. van de Fluessen. En zo kwam er niks terecht van het overhoop schieten van de edelman, die betrokken was bij diverse grote twisten in Fryslân.
Murns/Mirns 113 inwoners
Het hoge Mirnser Klif biedt een onbelemmerd uitzicht over de vroegere Zuiderzee. Bij helder weer kun je Enkhuizen zien liggen. Aan het strandje bij het klif is het goed toeven. De eerste kilometer voor de kust bestaat uit helder ondiep water, waardoor het veilig is voor kleine kinderen en kite-surfers. Mirns lijkt de afgelopen eeuwen amper veranderd en dat is een geluk. Toch heeft er wel een kerk in Mirns gestaan. Hoewel die in het midden van de 18de eeuw werd afgebroken, is wel het kerkhof bewaard gebleven. De huidige witte klokkenstoel met schilddak dateert van na de tweede wereldoorlog. De vorige werd door een neerstortende bommenwerper vernield.
Nijemardum/Nijemirdum 590 inwoners
Nijemirdum is van oorsprong een agrarisch dorp. Het heeft een zeer gevarieerde landelijke uitstraling. Laag land in het zuiden, hoge esgronden in het westen en met houtwallen en bossen afgescheiden percelen weiland in het oosten en noorden.
Al van verre zichtbaar is de middeleeuwse toren met een stomp piramidedak. De toren is het enige overgebleven deel van de kerk die in de 14de eeuw werd gebouwd en er tot 1833 heeft gestaan. Wel is er bij de toren nog een historische begraafplaats te vinden met enkele oorlogsgraven van in de Tweede Wereldoorlog gesneuvelde Engelse en Canadese piloten en enkele islamitische graven. De islamitische graven hebben te maken met het voormalige ambonezenkamp op de Wyldemerk nabij Oudemirdum/Harich. Tevens was de toren een baken voor de schippers die voeren op de Zuiderzee.
Aldemardum/Oudemirdum 1359 inwoners
Het brinkdorp Oudemirdum is een beetje een vreemde eend in de bijt. Met zijn brink doet het erg Drents aan. Het dorp staat bekend om zijn rust die het uitstraalt. De brink is het gezellige middelpunt van het dorp, waaraan ook de Fonteinkerk met haar gebrandschilderd glas uit 1700 staat.
Een blikvanger ten oosten van het dorp is landhuis Rinia State uit 1843. Ook natuurmonument het Oudemirdumer Klif is een bezoekje waard. Tevens bevindt zich aan de brink het bezoekerscentrum Mar en Klif.
Mar en Klif informeert over de unieke natuur, cultuur en het nationaal landschap van zuidwest Fryslân. De wetenswaardigheden over zuidwest Fryslân- en in het bijzonder Gaasterland- worden op een aantrekkelijke manier aan het publiek gepresenteerd. De vaste expositie vertelt bezoekers op een beeldende manier over de landschapselemeneten bos, water en weide.
www.oudemirdum.nl
Riis/Rijs 175 inwoners
Rijs ligt aan de rand van het majestueuze Rijsterbos en vlakbij de see (het IJsselmeer). Een pracht plek waar het elke dag van het jaar aangenaam is. Lekker wandelen en fietsen, steeds wat nieuws zien in een parkachtige omgeving, dennengeur en frisse lucht van “see” opsnuiven. Rijs lijkt wat op een kuuroord. Het Rijsterbos is ongeveer 170 hectare groot en trekt jaarlijks duizenden wandelaars, fietsers en ruiters waarvoor een uitstekend padennetwerk ligt. Vroeger was de samenstelling van het bos vrij eentonig, maar nu zijn er soorten te vinden als Lariks, douglasspar en majestueuze beuken.
In het Rijsterbos staat al bijna 190 jaar een Vredestempeltje, geplaatst toen keizer Napoleon naar Elba werd verbannen en Nederland weer van de Franse overheersers was verlost. Tevens bevindt zich in dit bos een steenkist, het enige overgebleven hunebed van Fryslân.
Sondel 442 inwoners
Sondel is voor de recreant interessanter dan velen bij binnenkomst vermoeden. In de kern staan een paar hele mooie boerderijen. In het buitengebied zijn de bossen van De Bremer Wildernis en natuurgebied De Sondeler Leyen, een zeer geliefde stek voor vissers en vogelspotters. Bij Sondel hoort ook Tacozijl, ooit een schutsluis op de route Zuiderzee – Sloten. De sluis tussen het buitenwater, tot 1932, de zoute Zuiderzee en daarna het zoete IJsselmeer, en het binnenwater, de oerstroom Ee, heeft tot 1958 bestaan. Daarna is voor de oude sluis een waterinlaatsluis gebouwd. Naast de sluis, voorheen het grondgebied van Gaasterland, bevindt zich een Joods kerkhof waar Joodse inwoners van Lemmer begraven liggen.
Rûgehuzen/Ruigahuizen 126 inwoners
Ruigahuizen is het kleinste dorp van de gemeente Gaasterlân–Sleat en ligt een paar kilometer ten zuiden van Balk aan de rand van het omvangrijke Star Numanbos. Dit bos is een eldorado voor wandelaars, fietsers, ruiters en menners met aangespannen wagens.
Het Star Numanbos tussen Kippenburg en Ruigahuizen is een oerbos in wording. Staatsbosbeheer laat in dit productiebos uit de 19de eeuw de natuur haar gang gaan. Ruim honderd jaar geleden werden de bomen in het kader van de hakhoutcultuur om de 15 jaar gekapt voor het winnen van hout voor het stoken van kachels en bakkerij-ovens.
Het moet nu een groot en woest woud worden. Nu al hebben de eiken gezelschap van berken, grove dennen, talrijke mossen, varens en in de nazomer en herfst paddenstoelen.
Sleat/Sloten 765 inwoners
Sloten, is de kleinste elfstedenstad van Fryslân. De structuur van het zeer bezienswaardige vestingstadje Sloten is door de eeuwen heen bewaard gebleven. De voornaamste reden hiervoor was dat het inwonertal door de eeuwen heen niet of nauwelijks toenam.
Sloten is het kleinste en mooiste stadje van de elfsteden. Het is autovrij en heeft een beschermd stadsgezicht. Sloten stamt al uit de dertiende eeuw. Het dankt zijn ontstaan aan de gunstige ligging. Het ligt namelijk op de handelsweg van Amsterdam via Staveren en Coevorden naar Duitsland, op het kruispunt van water en wegen. Het had tot de tweede wereldoorlog ook een verbinding met de Zuiderzee via de sluis van Tacozijl.
Sloten kreeg in 1581 vijf bastions en vier poorten, t.w. twee landpoorten en twee waterpoorten aan weerszijden van het centrale vaarwater Het Diep. Deze poorten werden gemaakt om de schepen op te vangen voor de tolheffing.
Vanaf de Lemster- en Woudsenderpoort heeft men een prachtig uitzicht over de stad en ommelanden. De wallen worden door de Sloter vrouwen gebruikt als bleek. De zon en wind laten de was daar goed bleken en drogen. Ook nu worden de drooglijnen nog gemeenschappelijk gebruikt.
Wikel/Wijckel) 690 inwoners
Het dorp Wijckel en Menno Baron van Coehoorn worden vaak in één adem genoemd. Deze internationaal bekende vestingbouwkundige en veldheer liet omstreeks 1680 aan de rand van het dorp, rondom zijn slot Meerenstein, een groot park aanleggen, nu wordt dit landgoed het Coehoornbos genoemd.
Natuurorganisatie It Fryske Gea kocht in 1949 het in Franse stijl ingerichte bos vanwege de botanische, historische en recreatieve waarden. In het bos zijn bijzondere stinsenplanten te vinden. De oostelijke bosrand biedt een prachtig uitzicht over de landerijen en het Slotermeer. Van het adellijk buitenverblijf Meerenstein is niets meer over. Het werd rond 1811 gesloopt. Het open deel in het bos is nu een ijsbaan en sportveld.
Het praalgraf van Menno Baron van Coehoorn is te vinden in de graftombe van de monumentale Vaste Burcht-kerk. Het praalgraf is gerestaureerd in 2007.
Een verblijf in onze toeristische 5***** gemeente is dus zeer de moeite waard!